πŸŽ“ MeshAcademy
Leer alles over Meshcore β€” gratis
19 interactieve cursussen van LoRa-basis tot netwerk-ontwerp, met quizzen en certificering. Perfect voor beginners Γ©n gevorderden.
Start met leren β†’ Alle cursussen
Inhoudsopgave
01

Firmware flashen op een LoRa-board

Beginner Β± 15 minuten USB-kabel nodig

Installeer de Meshcore-firmware op je LoRa-board. Werkt met Heltec V3, RAK WisBlock en T-Beam. Bij vragen: stel ze op onze bouwavond.

  1. Sluit je LoRa-board (bijv. Heltec V3, RAK WisBlock of T-Beam) aan op je computer met een USB-C kabel.
  2. Ga naar meshcore.io/docs voor de actuele flash-instructies. Er zijn verschillende firmware-types: companions, repeaters en room servers.
  3. Kies het juiste type: BLE Companion voor gebruik met je telefoon, Repeater voor een vaste doorstuurnode, of T-Deck Standalone voor een zelfstandig apparaat.
  4. Kies altijd de nieuwste stabiele versie β€” geen "alpha" of "nightly". Klik op Flash en wacht 1–2 minuten.
  5. Een groen vinkje = gelukt. Het board herstart automatisch en je kunt door naar handleiding 2.
πŸ’‘ Tip: Werkt het niet? Houd de BOOT-knop ingedrukt terwijl je de USB-kabel aansluit. Dit zet het board in programmeermodus.
02

Je node configureren via de Meshcore app

Beginner Β± 20 minuten Smartphone nodig

Koppel je node aan de Meshcore companion-app en voeg hem toe aan het Noodnet Overijssel kanaal. De kanaalsleutel ontvang je tijdens onze introductiesessie.

  1. Download de MeshCore companion-app via meshcore.co.uk/apps.html (beschikbaar voor Android, iOS, Windows, Mac en Linux).
  2. Zet Bluetooth aan op je telefoon. Open de app en tik op "+" om een apparaat toe te voegen.
  3. Selecteer je node in de lijst. De standaard BLE-koppelingscode is 123456.
  4. Ga naar Instellingen β†’ Apparaat. Geef je node een herkenbare naam (bijv. "PA3XYZ-Zwolle") en stel de regio in op EU_868.
  5. Ga naar Kanalen. Voeg het Noodnet Overijssel kanaal toe met de sleutel die je ontvangt tijdens onze introductiesessie.
  6. Stuur een testbericht. Als andere nodes in de buurt zijn verschijnt het bericht in de chat.
πŸ’‘ Tip: Stel de rol in op "Client" voor een persoonlijke node, of "Router" als je node op een vaste hoge locatie staat en berichten doorgeeft.
03

Behuizing 3D-printen

Gemiddeld 2–4 uur printtijd 3D-printer nodig

Print een weerbestendige behuizing voor je node. Vraag tijdens een bouwavond naar de STL-bestanden voor jouw boardtype.

  1. Vraag op een bouwavond naar de STL-bestanden voor jouw board (Heltec V3, T-Beam of RAK WisBlock).
  2. Open het bestand in je slicer (bijv. Cura of PrusaSlicer). Gebruik: PETG, laagdikte 0.2mm, infill 20%, 3 wanden.
  3. PETG is geschikter voor buiten dan PLA β€” het is bestand tegen vocht, UV en temperatuurwisselingen in het Overijsselse klimaat.
  4. Controleer of het board, de antenne-connector en de USB-poort passen in het ontwerp.
  5. Sluit de behuizing met M3 RVS-schroeven. Gebruik een rubber O-ring of siliconenkit bij de naad voor waterdichtheid.
πŸ’‘ Tip: Geen 3D-printer? Vraag het op een bouwavond β€” we helpen je verder.
04

Zonnepaneel aansluiten voor dag-en-nacht werking

Gemiddeld Β± 30 minuten Soldeerbout nodig

Sluit een zonnepaneel aan op een laadmodule en batterij zodat je node dag en nacht draait β€” ook zonder netstroom.

  1. Materialen: zonnepaneel (5V, 1–6W), TP4056-laadmodule met beschermcircuit, 18650 Li-ion batterij (3000+ mAh) met houder, dunne draden, soldeerbout.
  2. Soldeer de draden van het zonnepaneel aan IN+ en INβˆ’ van de TP4056-module.
  3. Soldeer de batterijhouder aan BAT+ en BATβˆ’. Let goed op de polariteit β€” verkeerd om kan de module beschadigen.
  4. Sluit OUT+ en OUTβˆ’ van de TP4056 aan op de 5V-ingang van je board.
  5. Monteer het zonnepaneel naar het zuiden gericht op Β±45Β°. In Overijssel geeft dit het meeste rendement.
πŸ’‘ Tip: Een 2W paneel is voldoende voor de meeste LoRa-nodes. Meer vermogen helpt bij bewolkt weer of gedeeltelijke schaduw.
05

Node monteren en plaatsen

Beginner Β± 1 uur Buitenlocatie

Tips voor het kiezen van de beste locatie en het bevestigen van je node voor maximaal bereik in de Overijsselse omgeving.

  1. Hoogte is alles. Hoe hoger de antenne, hoe groter het bereik. Een node op 5 meter hoogte reikt al twee keer zo ver als op grondniveau. Denk aan een schuurdak, schoorsteenpijp, lantaarnpaal of een hoge positie in een gebouw.
  2. Vrij zicht. De antenne werkt het best met zo min mogelijk obstakels richting andere nodes. Vermijd plaatsing direct achter een muur of onder een metalen dak β€” dat blokkeert het signaal sterk.
  3. Zon voor het paneel. Richt het zonnepaneel naar het zuiden. Zorg dat geen bomen of gebouwen schaduw werpen, met name 's winters wanneer de zon laag staat boven Overijssel.
  4. Stevig bevestigen. Gebruik RVS buisklemmen of zware tiewraps om de node aan een paal of constructie te bevestigen. De behuizing mag niet kunnen ronddraaien bij wind.
  5. Test direct na plaatsing. Stuur een testbericht en loop weg om het bereik te bepalen. Noteer de GPS-coΓΆrdinaten zodat we de node kunnen toevoegen aan de Noodnet Overijssel kaart.
πŸ’‘ Tip: Vraag toestemming aan de eigenaar van het gebouw of terrein. De meeste mensen vinden het prima zodra je uitlegt dat het een burgerinitiatief is voor noodcommunicatie in de regio.
06

Verbinding testen met de Meshcore app

Beginner Β± 10 minuten Smartphone nodig

Controleer of je node verbinding heeft met het netwerk en test het bereik in de praktijk.

  1. Open de Meshcore companion-app en controleer dat je verbonden bent met je node β€” het Bluetooth-icoon moet groen zijn.
  2. Ga naar het chatscherm en stuur een bericht naar het Noodnet Overijssel kanaal. Typ bijv. "Test vanuit [jouw locatie]".
  3. Vraag een ander lid van Noodnet Overijssel om te bevestigen dat ze het bericht hebben ontvangen. Je kunt ook de Node-lijst in de app raadplegen om te zien welke nodes zichtbaar zijn.
  4. Bereiktest: loop of fiets weg van je node met je telefoon. Stuur elke 100–200 meter een bericht. Noteer bij welke afstand berichten niet meer aankomen β€” dat is je praktijkbereik.
  5. Controleer in de app onder Node-info de signaalsterkte via SNR (Signal-to-Noise Ratio) en RSSI. Hoe hoger de SNR, hoe stabieler de verbinding.
πŸ’‘ Tip: Maak een logboekje met datum, locatie, afstand en SNR-waarden. Dit helpt ons het netwerk te verbeteren en de kaart actueel te houden.
Handleidingen gebaseerd op materiaal van Meshcore Drenthe, met toestemming overgenomen en aangepast voor Noodnet Overijssel.